Stoppen met een GLP-1-medicijn, en daarna

Algemene informatie, geen medisch advies. Overleg altijd met je arts of apotheker.
Stoppen met een GLP-1-medicijn, en daarna

Stoppen met een GLP-1-medicijn, en daarna

Wat gebeurt er als je stopt met een GLP-1-medicijn? Vaak komen eetlust en gewicht terug. Met een goed plan en een sterke leefstijlbasis kun je je daar zo goed mogelijk op voorbereiden.

⏱ 6 min lezenBijgewerkt: oktober 2026Bronnen: Thuisarts, Voedingscentrum, Gezondheidsraad

In het kort

  • GLP-1-medicijnen werken zolang je ze gebruikt; na stoppen komen eetlust en gewicht bij veel mensen geleidelijk terug.
  • Stoppen of afbouwen doe je alleen in overleg met je arts.
  • Gezonde eetgewoonten, bewegen en goed slapen zijn de basis, tijdens én na het gebruik.
  • Spierbehoud is belangrijk: eet genoeg eiwit en doe minstens twee keer per week spierversterkende oefeningen.
  • Maak samen met je arts of diëtist een plan voor de periode na het stoppen.

Obesitas en diabetes type 2 zijn chronische aandoeningen. GLP-1-medicijnen beïnvloeden je eetlust en bloedsuiker zolang je ze gebruikt. Ze ‘genezen’ de onderliggende aandoening niet. Daarom is het belangrijk om vooraf na te denken over wat er gebeurt als je stopt. In dit artikel lees je waarom eetlust en gewicht vaak terugkomen, en wat je kunt doen.

Waarom komen eetlust en gewicht vaak terug?

Het medicijn geeft je een sterker verzadigingsgevoel en vermindert trek. Als je stopt, verdwijnt dat effect binnen een aantal dagen tot weken, afhankelijk van het middel. Je eetlust wordt dan weer zoals daarvoor.

Daarnaast reageert je lichaam op gewichtsverlies. Na afvallen gaat je lichaam vaak meer hongersignalen geven en verbruik je wat minder energie. Dit is een natuurlijke reactie, geen gebrek aan wilskracht. Onderzoek laat zien dat bij veel mensen een groot deel van het verloren gewicht in de loop van een jaar na het stoppen terugkomt. Ook de bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol kunnen weer stijgen.

Geen falen. Als je gewicht na het stoppen toeneemt, zegt dat niets over jou als persoon. Het laat zien dat obesitas een chronische aandoening is, met sterke biologische krachten. Daarom is langdurige begeleiding zo belangrijk.

Redenen om te stoppen

Er zijn verschillende redenen waarom iemand stopt of moet stoppen:

  • Bijwerkingen die niet overgaan of te zwaar zijn.
  • Een zwangerschap of kinderwens.
  • Een ernstige bijwerking, zoals een alvleesklierontsteking.
  • Het middel heeft onvoldoende effect.
  • Geen vergoeding, of de kosten zijn te hoog.
  • Het middel is niet leverbaar.
  • Je eigen keuze, na overleg met je arts.

Afbouwen alleen met je arts

Stop niet op eigen houtje, en verander niet zelf de dosis. Overleg altijd eerst met je arts. Zeker als je diabetes hebt, is dat belangrijk: als het GLP-1-medicijn wegvalt, kan je bloedsuiker stijgen en moet je andere behandeling misschien worden aangepast.

Of afbouwen zinvol is, en hoe, hangt af van je situatie. Er is nog weinig onderzoek naar de beste manier om te stoppen. Je arts bespreekt met je wat in jouw geval verstandig is, en hoe vaak je terugkomt voor controle.

  • Bel je arts bij een snel stijgende bloedsuiker, veel dorst of veel plassen (bij diabetes).
  • Ben je gestopt en wil je later opnieuw beginnen? Doe dat nooit zelf met je oude dosis. Je moet meestal opnieuw opbouwen.

Leefstijl als basis

De gewoontes die je opbouwt tijdens het gebruik, zijn je belangrijkste houvast na het stoppen. Begin er daarom zo vroeg mogelijk mee, liefst vanaf de eerste dag.

Gezond eten

Eet volgens de Schijf van Vijf: veel groente en fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, vis en zuivel. Vezels en eiwit helpen je langer vol te blijven.

Vast ritme

Eet op vaste momenten, bijvoorbeeld drie maaltijden en hooguit een paar kleine tussendoortjes. Zo voorkom je grote trek.

Bewegen

Volgens de Beweegrichtlijnen: minstens 150 minuten per week matig intensief bewegen, verspreid over meerdere dagen. Elke minuut telt.

Slaap en stress

Te weinig slaap en veel stress maken trek groter. Een vast slaapritme en ontspanning helpen.

Tip

Let in de periode dat je minder trek hebt goed op welke gewoontes je wilt houden. Bijvoorbeeld een kleiner bord, rustig eten, geen snoep in huis of elke dag een wandeling na het avondeten. Schrijf ze op en blijf ze doen, ook als de eetlust terugkomt.

Omgaan met terugkerende trek

Na het stoppen merk je waarschijnlijk dat je weer meer trek hebt, en sneller zin in iets lekkers. Dat is normaal. Een paar dingen die kunnen helpen:

  • Eet regelmatig. Wie maaltijden overslaat, krijgt later vaak grote trek.
  • Begin met groente. Een kom soep, een salade of rauwkost vóór de hoofdmaaltijd vult en levert weinig calorieën.
  • Kies vezels en eiwit. Volkoren, peulvruchten, magere zuivel, eieren en vis houden je langer vol.
  • Drink water. Soms lijkt dorst op honger. Kies water, thee of koffie zonder suiker.
  • Maak de gezonde keuze makkelijk. Zet fruit in het zicht en bewaar snoep en chips niet in huis, of op een lastige plek.
  • Herken emotie-eten. Eet je bij stress, verveling of verdriet? Zoek iets anders dat helpt, zoals een wandeling of iemand bellen. Een psycholoog of diëtist kan je hierbij ondersteunen.
  • Wees mild voor jezelf. Een keer meer eten is geen ramp. Pak bij de volgende maaltijd gewoon je goede gewoontes weer op.

Spierbehoud

Als je afvalt, verlies je naast vet ook spiermassa. Spieren zijn belangrijk voor je kracht, je balans, je bloedsuiker en je energieverbruik. Vooral bij ouderen is spierbehoud belangrijk.

  • Doe minstens twee keer per week spier- en botversterkende oefeningen, zoals de Beweegrichtlijnen adviseren. Denk aan oefeningen met je eigen lichaamsgewicht, elastieken of gewichten.
  • Eet bij elke maaltijd een eiwitbron, bijvoorbeeld zuivel, eieren, vis, peulvruchten, tofu, noten of mager vlees.
  • Eet je weinig door verminderde eetlust? Kies dan bewust voedzame producten en sla geen maaltijden over.
  • Vraag een diëtist of fysiotherapeut om hulp bij een plan dat bij je past.

Een plan voor onderhoud

Maak samen met je arts, praktijkondersteuner of diëtist een plan voor de periode na het stoppen. Denk aan:

  1. Doelen: wat wil je bereiken of behouden? Denk niet alleen aan gewicht, maar ook aan bloedsuiker, bloeddruk, conditie en hoe je je voelt.
  2. Signalen: bij welke verandering neem je contact op? Bijvoorbeeld als je gewicht een bepaald aantal kilo stijgt of je bloedsuiker oploopt.
  3. Controles: wanneer kom je terug voor een controle?
  4. Begeleiding: kun je deelnemen aan een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) of een andere vorm van begeleiding?
  5. Steun: wie in je omgeving helpt je? Een partner, vriend of beweegmaatje maakt het makkelijker.
MomentWaar let je op?
Voor het stoppenPlan maken met je arts; gewoontes vastleggen; begeleiding regelen.
Eerste weken na stoppenEetlust komt terug: vast eetritme, vezels en eiwit, structuur in huis.
Eerste maandenRegelmatig wegen of buikomvang meten (bijvoorbeeld eens per week), bewegen volhouden, controles.
Langere termijnGewoontes onderhouden; op tijd hulp vragen als het lastig wordt.

En als langdurig gebruik nodig is?

Bij diabetes type 2 worden medicijnen meestal langdurig gebruikt. Ook bij obesitas kan de arts, net als bij andere chronische aandoeningen, met je bespreken of langdurige behandeling zinvol is. Daarbij weegt de arts de voordelen, de bijwerkingen, de risico’s en de kosten af. Er is nog beperkt bekend over de effecten van heel langdurig gebruik; daar wordt onderzoek naar gedaan.

Wil je meer weten over obesitas als chronische ziekte? Lees Obesitas als chronische ziekte.

Veelgestelde vragen

Kom ik na het stoppen weer aan?

Bij veel mensen komen eetlust en gewicht geleidelijk terug, omdat het effect van het medicijn verdwijnt en het lichaam reageert op gewichtsverlies. Een sterke leefstijlbasis en begeleiding kunnen helpen om dit zo veel mogelijk te beperken.

Mag ik zelf stoppen?

Overleg altijd eerst met je arts. Vooral bij diabetes kan je bloedsuiker stijgen en moet je behandeling mogelijk worden aangepast.

Hoe voorkom ik spierverlies?

Doe minstens twee keer per week spierversterkende oefeningen en eet bij elke maaltijd een eiwitbron. Een fysiotherapeut of diëtist kan je helpen.

Kan ik later opnieuw beginnen?

Alleen in overleg met je arts. Je begint dan meestal weer met een lage dosis, die stap voor stap wordt opgebouwd.

Geen medisch advies. Deze informatie is algemeen. Of een behandeling bij jou past, bespreek je met je huisarts, specialist of apotheker.

Elke maand nieuwe recepten en tips

Praktische leefstijltips, eiwitrijke recepten en nieuwe artikelen. Gratis en altijd af te melden.

Ik wil de nieuwsbrief

We vragen alleen je naam en e-mail. Nooit gezondheidsgegevens.