Diabetes type 2: wat je moet weten

Algemene informatie, geen medisch advies. Overleg altijd met je arts of apotheker.
Diabetes type 2: wat je moet weten

Diabetes type 2: wat je moet weten

Diabetes type 2 is een veelvoorkomende chronische ziekte waarbij de bloedsuiker te hoog is. Hier lees je hoe het ontstaat, hoe je het herkent, hoe de diagnose wordt gesteld en hoe de behandeling en controles in Nederland gaan.

⏱ 6 min lezenBijgewerkt: oktober 2026Bronnen: Thuisarts, Voedingscentrum, Gezondheidsraad

In het kort

  • Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline en maakt de alvleesklier op den duur te weinig insuline.
  • Veel mensen hebben in het begin geen klachten; de ziekte wordt vaak bij toeval ontdekt.
  • De behandeling gaat stap voor stap: eerst leefstijl, dan meestal metformine, en zo nodig andere middelen.
  • Regelmatige controles van bloedsuiker, nieren, ogen, voeten, bloeddruk en cholesterol helpen complicaties voorkomen.
  • Gebruik je insuline of SU-derivaten, leer dan een hypo herkennen en behandelen.

In Nederland hebben ruim een miljoen mensen diabetes. Ongeveer negen op de tien van hen hebben diabetes type 2. Het is een chronische ziekte: hij gaat niet meer weg. Maar met een gezonde leefstijl, goede begeleiding en zo nodig medicijnen kun je er goed mee leven en de kans op complicaties flink verkleinen.

Wat is diabetes type 2?

Na het eten komt er suiker (glucose) in je bloed. Het hormoon insuline, gemaakt door de alvleesklier, zorgt dat die suiker in je cellen terechtkomt, waar hij als brandstof wordt gebruikt. Bij diabetes type 2 gaat dit mis:

  • Je cellen reageren minder goed op insuline. Dit heet insulineresistentie. Overgewicht, vooral buikvet, en weinig bewegen spelen hierbij een grote rol.
  • De alvleesklier maakt in het begin extra insuline om dat te compenseren, maar raakt op den duur uitgeput en maakt te weinig.
  • Ook het incretine-effect van darmhormonen zoals GLP-1 is vaak verminderd.

Het gevolg: de bloedsuiker blijft te hoog. Op lange termijn beschadigt dat bloedvaten en zenuwen.

Type 1 is anders. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier (bijna) geen insuline meer, door een ziekte van het afweersysteem. Mensen met type 1 hebben altijd insuline nodig. Dit artikel gaat over type 2.

Symptomen

Diabetes type 2 ontwikkelt zich langzaam. Veel mensen hebben jarenlang geen of weinig klachten. Mogelijke klachten zijn:

Veel dorst

En daardoor veel drinken, ook ’s nachts.

Veel plassen

Je nieren proberen de overtollige suiker kwijt te raken.

Moe en lusteloos

Je cellen krijgen niet genoeg brandstof.

Wazig zien

Door schommelingen in de bloedsuiker.

Infecties

Bijvoorbeeld vaker blaasontstekingen of schimmelinfecties, en wondjes die slecht genezen.

Jeuk

Bijvoorbeeld rond de geslachtsdelen.

Herken je deze klachten? Maak een afspraak met je huisarts.

Risicofactoren

De kans op diabetes type 2 is groter bij:

  • overgewicht, vooral als je veel buikvet hebt;
  • weinig bewegen en veel stilzitten;
  • een ongezond eetpatroon;
  • een leeftijd boven de 45 jaar;
  • diabetes type 2 bij je ouders, broers of zussen;
  • een Hindostaanse, Turkse, Marokkaanse of Afrikaanse achtergrond (de ziekte kan dan ook op jongere leeftijd ontstaan);
  • zwangerschapsdiabetes in het verleden;
  • hoge bloeddruk, een verstoord cholesterol of hart- en vaatziekte;
  • roken en te weinig slaap.

Aan een deel van deze factoren kun je zelf iets doen. Gezonder eten, meer bewegen en afvallen bij overgewicht verkleinen de kans op diabetes type 2, en helpen ook als je het al hebt.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De huisarts meet je bloedsuiker met bloedonderzoek, meestal nuchter (je hebt dan sinds de avond ervoor niets gegeten). Volgens de richtlijn voor huisartsen gelden deze grenzen bij een meting van bloed uit een ader:

MetingWat betekent het?
Nuchtere glucose lager dan 6,1 mmol/lNormaal
Nuchtere glucose 6,1 tot en met 6,9 mmol/lVerhoogd: een voorstadium. Je hebt meer kans om diabetes te krijgen.
Nuchtere glucose 7,0 mmol/l of hoger (bij twee metingen op verschillende dagen)Diabetes
Niet-nuchtere glucose 11,1 mmol/l of hogerDiabetes (bij klachten één meting, anders een herhaalde meting)
HbA1c 48 mmol/mol of hogerDiabetes (wordt soms gebruikt in plaats van of naast de glucosemeting)

Het HbA1c zegt iets over je gemiddelde bloedsuiker van de afgelopen twee à drie maanden. Het wordt ook gebruikt om te volgen hoe goed de behandeling werkt. De streefwaarde verschilt per persoon, bijvoorbeeld naar leeftijd en medicijngebruik. Je arts vertelt je wat voor jou geldt.

Behandeling, stap voor stap

De meeste mensen met diabetes type 2 worden behandeld door de huisarts en de praktijkondersteuner (POH). De behandeling volgt de NHG-richtlijn en gaat in stappen:

  1. Leefstijl. Gezond eten volgens de Schijf van Vijf, meer bewegen, stoppen met roken en afvallen bij overgewicht. Dit blijft in elke stap de basis. Een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) kan helpen.
  2. Metformine. Is de bloedsuiker te hoog, dan is dit tablet meestal het eerste medicijn.
  3. Een tweede middel. Bijvoorbeeld een SU-derivaat, of afhankelijk van je situatie een ander middel.
  4. Verdere stappen. Zoals een GLP-1-medicijn, een SGLT2-remmer of insuline.

Bij mensen met hart- en vaatziekte, hartfalen of nierschade kiest de arts soms eerder voor middelen waarvan bekend is dat ze ook daarvoor gunstig zijn, zoals bepaalde SGLT2-remmers of GLP-1-medicijnen. De keuze is altijd maatwerk. Lees meer in Voor wie zijn GLP-1-medicijnen bedoeld?

Daarnaast krijgen veel mensen met diabetes ook medicijnen tegen hoge bloeddruk of een te hoog cholesterol, om hart en bloedvaten te beschermen.

Mogelijke complicaties

Een langdurig te hoge bloedsuiker kan schade geven aan:

Hart en bloedvaten

Grotere kans op hartinfarct, beroerte en vernauwde bloedvaten in de benen.

Nieren

De nieren kunnen minder goed gaan werken. Vaak merk je daar lange tijd niets van.

Ogen

Schade aan het netvlies (retinopathie), die je in het begin niet merkt.

Zenuwen en voeten

Minder gevoel in je voeten, waardoor je wondjes niet opmerkt. Die kunnen slecht genezen.

Goed nieuws: met een goede bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol, niet roken en regelmatige controles is de kans op complicaties veel kleiner.

Controles

Bij diabetes type 2 ga je regelmatig op controle, vaak elke drie maanden bij de praktijkondersteuner. Eén keer per jaar is er een uitgebreidere jaarcontrole.

WatWaarom
Bloedsuiker en HbA1cHoe goed is de diabetes geregeld?
BloeddrukHoge bloeddruk vergroot de kans op hart-, vaat- en nierschade.
CholesterolVoor het risico op hart- en vaatziekten.
Nierfunctie (bloed en urine)Om nierschade op tijd te ontdekken.
VoetenGevoel, bloedvaten, huid en nagels: om wondjes en problemen te voorkomen.
OgenEen foto van het netvlies, volgens een vast schema (bijvoorbeeld elke één tot drie jaar, afhankelijk van eerdere uitslagen).
Gewicht, leefstijl, medicijnenGaat het goed, heb je bijwerkingen, heb je hulp nodig?

Een hypo herkennen en behandelen

Een hypo is een te lage bloedsuiker: lager dan 4,0 mmol/l. De kans op een hypo is vooral aanwezig als je insuline of SU-derivaten gebruikt. Door de andere diabetesmedicijnen, ook GLP-1-medicijnen, alleen is de kans klein.

Signalen

Trillen, zweten, bleek zien, hartkloppingen, plotselinge honger, hoofdpijn, wazig zien, prikkelbaar of verward zijn, moeite met concentreren.

Wat doe je?

  1. Meet je bloedsuiker als dat kan.
  2. Neem direct snelle suikers, bijvoorbeeld druivensuikertabletten of een glas gewone (geen light) frisdrank of vruchtensap. Je zorgverlener vertelt je hoeveel.
  3. Meet na ongeveer 15 minuten opnieuw. Is de waarde nog te laag, herhaal dan stap 2.
  4. Eet daarna iets met langzame koolhydraten, zoals een boterham, als je volgende maaltijd nog niet in zicht is.
  5. Bespreek elke hypo met je arts of praktijkondersteuner. Misschien moeten je medicijnen worden aangepast.
Ernstige hypo. Is iemand suf, verward of bewusteloos en kan hij niet veilig slikken? Geef dan niets te eten of te drinken en bel 112.

Meer informatie

Betrouwbare informatie vind je op Thuisarts.nl en bij het Diabetes Fonds. Voor gezond eten kun je terecht bij het Voedingscentrum.

Veelgestelde vragen

Kan diabetes type 2 overgaan?

Diabetes type 2 is een chronische ziekte. Bij sommige mensen wordt de bloedsuiker door flink afvallen en een gezonde leefstijl weer normaal, soms zelfs zonder medicijnen. De aanleg blijft wel, dus controles blijven belangrijk.

Wat is een goede HbA1c-waarde?

Dat verschilt per persoon, onder andere naar leeftijd en welke medicijnen je gebruikt. Je arts of praktijkondersteuner vertelt je welke streefwaarde voor jou geldt.

Moet ik zelf mijn bloedsuiker meten?

Niet iedereen hoeft dat. Vooral bij gebruik van insuline, en soms bij SU-derivaten, is zelf meten zinvol. Bespreek het met je zorgverlener.

Waarom worden mijn voeten gecontroleerd?

Diabetes kan het gevoel in je voeten en de doorbloeding verminderen. Wondjes merk je dan minder snel en ze genezen slechter. Regelmatige controle helpt problemen voorkomen.

Krijg ik een hypo van een GLP-1-medicijn?

Op zichzelf geeft een GLP-1-medicijn weinig kans op een hypo. In combinatie met insuline of SU-derivaten is de kans wel groter.

Geen medisch advies. Deze informatie is algemeen. Of een behandeling bij jou past, bespreek je met je huisarts, specialist of apotheker.

Elke maand nieuwe recepten en tips

Praktische leefstijltips, eiwitrijke recepten en nieuwe artikelen. Gratis en altijd af te melden.

Ik wil de nieuwsbrief

We vragen alleen je naam en e-mail. Nooit gezondheidsgegevens.