Woordenlijst GLP-1, diabetes en gewicht

Algemene informatie, geen medisch advies. Overleg altijd met je arts of apotheker.
Woordenlijst GLP-1, diabetes en gewicht

Woordenlijst GLP-1, diabetes en gewicht

Van agonist tot werkzame stof: in deze woordenlijst leggen we 42 begrippen over GLP-1, diabetes en gewicht kort en duidelijk uit.

⏱ 6 min lezenBijgewerkt: oktober 2026Bronnen: Thuisarts, Voedingscentrum, Gezondheidsraad

In het kort

  • Korte uitleg van begrippen die je vaak tegenkomt bij GLP-1, diabetes en obesitas.
  • Op alfabetische volgorde, ingedeeld in letterblokken.
  • Met links naar de artikelen waar je meer leest.
  • Algemene uitleg: voor vragen over jouw situatie ga je naar je huisarts of apotheker.

In de artikelen op deze site kom je soms lastige woorden tegen. In deze woordenlijst leggen we ze kort en in gewone taal uit, op alfabetische volgorde. Wil je meer weten? Volg dan de links naar de uitgebreide artikelen.

Geen medisch advies. Deze uitleg is algemeen. Heb je vragen over jouw situatie of jouw medicijnen? Stel ze aan je huisarts of apotheker.

A t/m D

Agonist

Een stof die op een receptor past en daar hetzelfde signaal geeft als de lichaamseigen stof. Een GLP-1-receptoragonist geeft dus hetzelfde signaal als het hormoon GLP-1.

Alvleesklier

Orgaan achter de maag, ook wel pancreas genoemd. Maakt verteringssappen en de hormonen insuline en glucagon, die de bloedsuiker regelen.

Bijsluiter

Het papier in de verpakking van een medicijn. Hierin staat hoe je het gebruikt, wat de bijwerkingen zijn en wanneer je het niet mag gebruiken. Ook online te vinden via het CBG.

BMI (Body Mass Index)

Maat voor je gewicht ten opzichte van je lengte: gewicht (kg) gedeeld door lengte (m) in het kwadraat. Een BMI van 25 tot 30 heet overgewicht, 30 of hoger obesitas.

Buikomvang

Omtrek van je buik, gemeten halverwege je onderste rib en de bovenkant van je heupbot. Zegt iets over de hoeveelheid buikvet en het gezondheidsrisico.

Bètacellen

Cellen in de alvleesklier die insuline maken. GLP-1 stimuleert deze cellen als de bloedsuiker hoog is.

CBG

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen: de Nederlandse instantie die beoordeelt of medicijnen veilig en werkzaam zijn, samen met het Europese EMA.

DPP-4

Dipeptidylpeptidase-4: een enzym dat lichaamseigen GLP-1 en GIP binnen enkele minuten afbreekt.

DPP-4-remmer

Tablet voor diabetes type 2 (ook wel gliptine) die het enzym DPP-4 remt. Daardoor blijft je eigen GLP-1 iets langer werken.

E t/m H

EMA

Europees Geneesmiddelenbureau. Beoordeelt of een medicijn in de Europese Unie op de markt mag, en voor welke toepassing.

Farmacotherapeutisch Kompas

Onafhankelijk naslagwerk over medicijnen voor zorgverleners, van het Zorginstituut Nederland. Ook voor iedereen online te raadplegen.

Galstenen

Steentjes in de galblaas. Kunnen hevige pijn rechtsboven in de buik geven. Komen vaker voor bij snel afvallen en bij gebruik van GLP-1-medicijnen.

Gastroparese

Aandoening waarbij de maag erg traag leegt. GLP-1-medicijnen worden hierbij afgeraden, omdat ze de maaglediging ook vertragen.

GIP

Glucose-afhankelijk insulinotroop polypeptide: een darmhormoon dat, net als GLP-1, de insuline-afgifte stimuleert. Het is een incretine. Tirzepatide werkt op de receptoren voor GIP en GLP-1.

GLI (Gecombineerde Leefstijlinterventie)

Programma van ongeveer twee jaar met een leefstijlcoach, gericht op gezond eten, bewegen en gedrag. Vergoed uit de basisverzekering, na verwijzing door de huisarts.

GLP-1

Glucagon-like peptide-1: een hormoon dat de darm maakt als je eet. Stimuleert insuline bij hoge bloedsuiker, remt glucagon, vertraagt de maag en geeft verzadiging.

GLP-1-receptoragonist

Medicijn dat het hormoon GLP-1 nabootst, maar veel langer werkt. Alleen op recept verkrijgbaar.

Glucagon

Hormoon uit de alvleesklier dat de bloedsuiker laat stijgen, onder andere doordat de lever suiker afgeeft. GLP-1 remt de afgifte van glucagon als de bloedsuiker hoog is.

Glucose

Suiker in je bloed: de belangrijkste brandstof voor je cellen. Wordt gemeten in mmol/l.

HbA1c

Bloedwaarde die iets zegt over je gemiddelde bloedsuiker van de afgelopen twee à drie maanden. Gemeten in mmol/mol.

Hyperglykemie

Een te hoge bloedsuiker. Kan klachten geven zoals dorst, veel plassen en moeheid.

Hypoglykemie (hypo)

Een te lage bloedsuiker, lager dan 4,0 mmol/l. Signalen zijn onder andere trillen, zweten, honger en verwardheid. Komt vooral voor bij gebruik van insuline of SU-derivaten.

I t/m L

IGJ

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Houdt toezicht op de zorg en op medicijnen, en treedt op tegen illegale verkoop en reclame voor receptgeneesmiddelen.

Incretine

Darmhormoon dat de alvleesklier aanzet tot meer insuline-afgifte na het eten. GLP-1 en GIP zijn incretines.

Incretine-effect

Het verschijnsel dat suiker via de mond meer insuline-afgifte geeft dan dezelfde hoeveelheid suiker via een infuus. Komt door de darmhormonen.

Indicatie

De ziekte of situatie waarvoor een medicijn is toegelaten en mag worden voorgeschreven.

Insuline

Hormoon uit de alvleesklier dat de bloedsuiker verlaagt, door suiker in de cellen te laten opnemen. Bestaat ook als medicijn.

Insulineresistentie

Situatie waarin cellen minder goed reageren op insuline. Speelt een grote rol bij diabetes type 2.

Lareb

Bijwerkingencentrum Lareb: de Nederlandse organisatie waar iedereen bijwerkingen van medicijnen kan melden, via lareb.nl.

M t/m R

MEN2

Multipele endocriene neoplasie type 2: een zeldzame erfelijke aandoening die onder meer een bepaalde vorm van schildklierkanker kan geven. Belangrijk om aan je arts te melden als dit in je familie voorkomt.

Metformine

Tablet die vaak het eerste medicijn is bij diabetes type 2. Zorgt onder andere dat de lever minder suiker afgeeft.

Obesitas

Ernstig overgewicht, met een BMI van 30 of hoger. Wordt steeds vaker gezien als chronische aandoening.

Opbouwen (optitreren)

Stap voor stap verhogen van de dosis van een medicijn, om het lichaam te laten wennen en bijwerkingen te beperken.

Pancreatitis

Ontsteking van de alvleesklier. Geeft hevige, aanhoudende pijn boven in de buik, vaak uitstralend naar de rug. Zeldzame maar ernstige bijwerking van GLP-1-medicijnen.

Receptor

Een ‘ontvanger’ op of in een cel, waar een hormoon of medicijn op past als een sleutel in een slot.

Retinopathie

Schade aan het netvlies van het oog door diabetes. Wordt opgespoord met regelmatige oogcontroles.

S t/m Z

SGLT2-remmer

Tablet voor diabetes type 2 die ervoor zorgt dat de nieren meer suiker uitplassen. Wordt soms ook gebruikt bij hartfalen en nierschade.

Spiermassa

De hoeveelheid spierweefsel in je lichaam. Bij afvallen verlies je ook spiermassa; eiwit en krachttraining helpen die te behouden.

SU-derivaten

Tabletten voor diabetes type 2 (zoals gliclazide) die de alvleesklier aanzetten tot meer insuline, ook als de bloedsuiker niet hoog is. Kunnen een hypo geven.

Subcutaan

Onderhuids. GLP-1-injecties worden subcutaan gegeven, in het vetweefsel net onder de huid.

Verzadiging

Het gevoel dat je genoeg hebt gegeten. GLP-1 versterkt dit gevoel via de hersenen en doordat de maag trager leegt.

Werkzame stof

De stof in een medicijn die het eigenlijke effect geeft, zoals semaglutide of liraglutide. Staat altijd op de verpakking.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen GLP-1 en een GLP-1-receptoragonist?

GLP-1 is het hormoon dat je darm zelf maakt. Een GLP-1-receptoragonist is een medicijn dat dit hormoon nabootst en veel langer werkt.

Wat is het verschil tussen HbA1c en glucose?

Glucose is je bloedsuiker op dat moment, in mmol/l. HbA1c zegt iets over je gemiddelde bloedsuiker van de afgelopen twee à drie maanden, in mmol/mol.

Wat is een incretine?

Een darmhormoon dat na het eten de alvleesklier aanzet tot meer insuline-afgifte. GLP-1 en GIP zijn de bekendste incretines.

Geen medisch advies. Deze informatie is algemeen. Of een behandeling bij jou past, bespreek je met je huisarts, specialist of apotheker.

Elke maand nieuwe recepten en tips

Praktische leefstijltips, eiwitrijke recepten en nieuwe artikelen. Gratis en altijd af te melden.

Ik wil de nieuwsbrief

We vragen alleen je naam en e-mail. Nooit gezondheidsgegevens.